www.s-gravenmoer.nl

 
  • Vergroot lettergrootte
  • Standaard lettergrootte
  • Verklein lettergrootte
Home Panden in 's Gravenmoer
Panden


Panden in ’s Gravenmoer (14): Hoofdstraat 53

E-mail Afdrukken PDF

Uit: Omroeper 40 

Met behulp van boekwerken, documentatie en eigen onderzoek neemt Ton Hoevenaars ons weer bij de hand om meer te weten te komen over al weer een ander pand in ‘s Gravenmoer. In deze veertiende aflevering gaan we naar Hoofdstraat 53.

Panden in ’s Gravenmoer (14): Hoofdstraat 53

Inleiding

Gebruikmakend van het boekwerk van G.J.Rehm: Perceelsgewijze beschrijving van het grondgebied der gemeente ’s Gravenmoer 1600-1832 is het mogelijk om uitgebreid in te gaan op de geschiedenis van grondgebied en pand. Vanaf 1832 maken we gebruik van het overzicht dat de heer J.Versteeg heeft samengesteld vanuit de kadastrale leggers. Dit werk meldt de eigenaren van een pand en verder wordt in vele gevallen aangegeven, wanneer een verbouwing heeft plaatsgevonden, de bestemming veranderd is, een huis herbouwd wordt. Kortom het is meer een opsomming. Dit is de reden waarom het verhaal vanaf 1832 korter is.
Voor het verhaal na 1832 hebben we bovendien nog gebruik kunnen maken van gegevens, welke ons werden verstrekt door de fam.Netten.

Omdat in het verhaal van de heer Rehm af en toe maten voorkomen nog even het volgende:
Een hoeve is een grondmaat met een lengte van 400 en een breedte van 24 roeden. Een hoeve omvatte 16 morgen en een morgen weer 6 hond. Een hond was dus 100 roeden in het vierkant groot. Een roede of schaft telde 12 voeten. Als u het nu nog wilt omrekenen in meters: een voet is ongeveer 30 cm.  

Hooi- en weiland.

De lange veertel land  was in het bezit van Barbara Cornelis (Adriaen) Coppens, die op 7 december 1607 overleed. Zij liet twee kinderen na uit haar eerste huwelijk met Joachim Sijmen Adriaen Ghijsbrechts. Uit haar tweede huwelijk met Sijmen Wouter Robbrechts had zij vier kinderen.

De weduwnaar en de voogden van de zes kinderen droegen in februari 1608 dit land over aan Jan Anthonissen Cuijl. Het land was belast met een rente van 3 veertel rogge aan de H.Geest armen van ´s Gravenmoer.

Na het overlijden van Jan Anthonissen Cuijl en Maeijken Jaspaers( Roelen), echtpaar, werd hun boedel op gehuwde dochters 2 en 3 mei 1640 geïnventariseerd en op 3 mei gedeeld tussen hun beide en de kinderen van hun overleden dochter en van hun drie gestorven zonen.

Dit land was in 1639 verhuurd aan Thomas Jan Dierck Rijcken.

Op 11 mei 1641 droegen al deze erfgenamen en hun eventuele voogden dit land over aan Govaert Janssen van Alphen, schout en secretaris van ’ s Gravenmoer. Het perceel was nog steeds belast met de rente van 3 veertel rogge of  f. 4,16 aan de Armen van ’ s Gravenmoer. Deze rente werd door de koper op 21 november 1641 overgenomen op zijn eigen stede en gesteld op f.5,- per jaar.

In 1649 wordt dit bezit omschreven als 4 ¼ hond zaailand met als pachter Claes Jacopssen Tack. Govaert van Alphen, schout van ’s Gravenmoer en schepen van Breda, gaf het land op 28 februari 1651over aan eerder genoemde pachter Claes Jacopssen Tack, heemraad van ’s Gravenmoer.

Nadat Claes Tack in april 1698 was overleden vererfde dit 3 schaft 10 ½  voet brede perceel op zijn zoon Jacob Claessen Tack, later heemraad van ’s Gravenmoer en gehuwd met Anneken Janssen Doornboom, die in augustus 1722 te ’s Gravenmoer overleed. Haar weduwnaar bleef in het bezit van alle goederen volgens het testament van 13 december 1699.

 Nadat ook Jacobus Tack in augustus 1728 gestorven was, werden de nagelaten goederen op 3 augustus 1731 gedeeld tussen hun drie kinderen en de kinderen van hun overleden dochter. Dit land werd aanbedeeld aan de drie kinderen van Arie( of Adraen) Jansen Witte(n) en Catharina Jacobs Tack genaamd Margarita, Jan en Adriana Witte, die elk voor een derde in het onverdeelde land gerechtigd waren. Jan Witte was gehuwd met Emerentia Koningh( of Konings)

Jan Witte overleed voor 1737 nalatende een weduwe met twee dochters Catharina en Theuntje Witte. Beide dochters overleden ongehuwd te Breda resp. 11 mei 1737 en 18 juni 1750.

 HET VOLLEDIGE VERHAAL LEEST U IN OMROEPER 40, te bestellen via deze site..

 

Panden in 's Gravenmoer (6): Vaartweg 57

E-mail Afdrukken PDF

Panden in 's Gravenmoer (6): Vaartweg 57

Inleiding

Gebruikmakend van het boekwerk van G.J.Rehm: Perceelsgewijze beschrijving van het grondgebied der gemeente ’s Gravenmoer 1600-1832 is het mogelijk om uitgebreid in te gaan op de geschiedenis van grondgebied en pand. Vanaf 1832 maken we gebruik van het overzicht dat de heer J.Versteeg heeft samengesteld vanuit de kadastrale leggers. Dit werk meldt de eigenaren van een pand en verder wordt in vele gevallen aangegeven, wanneer een verbouwing heeft plaatsgevonden, de bestemming veranderd is, een huis herbouwd wordt. Kortom het is meer een opsomming. Dit is de reden waarom het verhaal vanaf 1832 korter is.

Voor de beschrijving van Vaartweg 57 heb ik ook nog informatie gekregen van mevr. C.A.Versteeg. Zij heeft ongeveer 50 jaar in deze boerderij gewoond.

Omdat in het verhaal van de heer Rehm af en toe maten voorkomen nog even het volgende:

Een hoeve is een grondmaat met een lengte van 400 en een breedte van 24 roeden. Een hoeve omvatte 16 morgen en een morgen weer 6 hond. Een hond was dus 100 roeden in het vierkant groot. Een roede of schaft telde 12 voeten. Als u het nu nog wilt omrekenen in meters: een voet is ongeveer 30 cm.

 

Het huis aan Vaartweg 57(foto, coll. K. Versteeg)

Vaartweg 57

 Rond 1600 stond er op het perceel Vaartweg 57 een huis met erf. Het middelste deel van het huis en het zuidelijk deel van het land hoorde toe aan Jan Peetersen Busch, genaamd “Anthonis Nicolaes Cloostermans oude stede”.De andere helft was in bezit van de weduwe en erfgenamen van Matheeus Janssen tSmit.

De erfgenamen van Jan Peetersen Busch  verkochten hun helft op 9 januari 1618 aan Adriaen Nicolaes Adriaenssen Cat. De koper bezat reeds de helft van het ernaast gelegen perceel Vaartweg 59) en woonde in een huis ertegenover. Hij overleed te ’s Gravenmoer op 9 mei 1620. Zijn weduwe Anneken Geerit Janssen ‘tGemoet met drie meerderjarige en twee minderjarige kinderen liet hij ook na het deel genoemd “Anthonis Nicolaes Cloostermans  oude stede”

De weduwe Anneken Geerit Janssen ‘tGemoet kocht van de erfgenamen van Matheeus Janssen tSmit de andere helft der stede. Zij hertrouwde in 1624 met Cornelis Joris Evert Jorissen.

Vaartweg  57 + 59

Na het overlijden het overlijden van de weduwe Geerit Janssen ‘tGemoet kwam haar weduwnaar Cornelis Joris Evert Jorissen op 19 december 1628 volgens de huwelijkse voorwaarden gepasseerd voor notaris Jacob van der Wijde te Dongen d.d. 3 februari 1624 tot deling met zijn stiefkinderen. Bij de deling verkreeg hij het perceel waarop nu het huis Vaartweg 57 staat en het ernaast gelegen perceel.(Vaartweg 59).

Het huis dat nog stond op Vaartweg 57 ,liet Cornelis Joris Everts (Jorissen) afbreken. Omstreeks 1630 hertrouwde hij met Lijntgen Adriaen Corp.

In 1649 worden de bezittingen omschreven als woonhuis met hof van 7/8 hond (Vaartweg 59) en een werf van 2 hond (huidige Vaartweg 57)

Cornelis Joris Everts, sedert 1645 heemraad van ’s Gravenmoer, overleed in 1657 Hij had een zoon. Na het overlijden van zijn vrouw Lijntgen kwamen huis, schuur en erf in het bezit van haar enig kind Adriaen Cornelis Joris Everts.

Vaartweg 57 + 59 + 55 in bezit van fam. Vermeulen

Deze bezittingen werden in 1676 overgedragen aan een volle neef van zijn vrouw, Laureijs Cornelissen Vermeulen, schipper. Deze kocht in 1693 ook het weiland en bos aan de andere kant (huidige Vaartweg 55). Tot 1801 zou perceel Vaartweg 57 en Vaartweg 55 in verenigd bezit blijven.

Nadat in 1681 de vrouw van Vermeulen was overleden hertrouwde hij in 1682 met Adriaentie Dircken Waelwijck, weduwe van Wouter Mercussen Pharo. Zij lieten op 4 augustus door notaris Ruijs te Oosterhout huwelijkse voorwaarden opstellen. Adriaentie Waelwijck was sedert 1677 schoonmoeder van Laureijs’ zoon Johannes Vermeulen door diens huwelijk met Eva Wouters Pharo.

LaureijsCornelissen Vermeulen was van 1683-1698 heemraad van ’s Gravenmoer, in 1698 was hij 74 jaar oud. Hij overleed in 1701. De bezittingen vielen toe aan zijn enige zoon Joannes Laureijssen Vermeulen, die als weduwnaar van Eva Pharo in 1691 was hertrouwd met Anna Jacobs Witte.

Na het overlijden van Johannes in februari 1726 ontstond onenigheid over zijn nalatenschap tussen zijn weduwe Anna Jacobs Witte en zijn vijf kinderen uit zijn eerste huwelijk. Anna Jacobs Witte en de acht kinderen hielden alle goederen in onverdeeld bezit. Eerst in 1760 kwam het onderhands tot een deling, waar bij dit gehele complex toeviel aan haar zoon Jillis Vermeulen, beurtschipper van Middelburg op Breda.

De bezittingen vererfden in 1762 aan zijn enige dochter Anna Catharina Vermeulen, die in 1768 huwde te ’s Gravenmoer met haar volle neef Pieter Laurens Vermeulen, later ontvanger en klerk te Ginneken en schepen aldaar. Anna overleed in 1772 en na het overlijden van Pieter Laurens Vermeulen rond 1800 kwam dit bezit toe aan zijn enige dochter Adriana Cornelia Vermeulen, vrouw van Adrianus Hendrikus Goudriaan te Watergraaf.

Publieke verkoop.

Zij liet haar bezittingen in februari 1801 publiek verkopen, waarbij het huis, achterhuis en de werf, verhuurd aan Cornelis van Rooij tot 1 mei 1803, gekocht werd door Adriaan Dionisius van Loon, schepen van ’s Gravenmoer. Het perceel Vaartweg 55, waar toen geen huis meer opstond, werd gemijnd door Willem Timmermans en Jan Anthonij Blom.

Van Loon, tevens aakschipper , bleef ongehuwd. Hij bleef het huis , achterhuis , hof en werf zelf bewonen. Hij overleed in 18 10. De stede kwam op naam van zijn moeder Dorothea van Dongen, vrouw van Adriaen van Bocxel. Zij overlijden op resp 13 januari 1812 en 30 oktober 1815.

Vaartweg 57 anno 2005(foto Wicher Spijkerman)
Fam.Versteeg .

De erfgenamen van Dorothea van Dongen en Adriaen van Bocxel hebben het bezit verkocht aan Willem Versteeg, landbouwer.

Volgens de kadastrale legger 1832 bezat hij een huis en erf en een weiland ( Vaartweg 59) en een boomgaard (Vaartweg 57)

De huidige prachtige boerderij met mooi bakhuisje is gebouwd in 1884 op het perceel Vaartweg 57 door Johannes Versteeg, die toen woonde in het huis op Vaartweg 59. Dit huis werd rond 1910 verkocht aan de fam. Blok.

Bijna 100 jaar is deze boerderij bezit geweest van de fam.Versteeg.

Hendrik Jhz Versteeg, zoon van Johannes Versteeg, waarvoor het huis werd gebouwd , is in de tweede wereld oorlog overleden. Hij had twee zonen en twee dochters. Een aantal jaren werd de boerderij bewoond door 6 personen t.w. Hendrik Versteeg en zijn vrouw, de ongetrouwde zoon Willem en de ongetrouwde dochter Cor en zoon Jan die , nadat zijn vrouw was overleden, vanaf ongeveer 1930 met zijn dochter C.A. Versteeg, ook introk op Vaartweg 57.

In 1980 is het huis verkocht aan Paulus van Teeffelen en Adrianus Vermeer. Deze laatste heeft nooit in het huis gewoond. De huidige bewoner ,vanaf 1990 eigenaar, is de fam. Kloosterman.

Toeval of niet? Weet u nog hoe het huis op dit perceel rond 1600 heette ? Juist ja:

“Anthonis Niclaes Cloostermans oude stede”.

Ton Hoevenaars
Laatste aanpassing ( Zondag 21 September 2008 21:15 )