www.s-gravenmoer.nl

 
  • Vergroot lettergrootte
  • Standaard lettergrootte
  • Verklein lettergrootte
Home Korte geschiedenis van 's Gravenmoer

Korte geschiedenis van 's Gravenmoer

E-mail Afdrukken PDF

Hollandse en Brabantse graven voerden strijd om grens in de moer. Tussen Geertruidenberg en Waalwijk lag in vroegere eeuwen een groot en onafzienbaar moeras. De Maas zette het gebied in het najaar en in de winter voor een groot deel onder water. Op een hoge zandrug - een stroornwal van de Maas - die zich uitstrekte van Geertruidenberg tot Besooijen ontstonden in de elfde eeuw de dorpen Raamsdonk, Waspik, Capelle en Besooijen. In de dertiende eeuw werd een groot deel van het moeras bedijkt; het vormde de grote of Zuidhollandse waard. De zuidelijke dijk van deze waard liep ten zuiden van bovengenoemde dorpen, zodat deze veilig in de waard lagen. Ten zuiden van de waard strekte zich echter nog een groot moeras uit, dat tot Dongen, Oosterhout en Loon op Zand liep. Krachtens het wildernisregaal (landsheerlijk recht) hoorde het gehele rnoerasgebied ten zuiden van de Maas aan de graaf van Holland en de hertog van Brabant. Maar omdat de scheidingsgrens in dit wilde moer nogal vaag was, vormde dit gebied een voortdurende bron van strijd tussen Holland en Brabant. Dat kostte aan beide zijden veel geld en mensenlevens. Om toch nog wat inkomsten van het wilde moer te hebben, gaf graaf Floris V van Holland in 1293 een gedeelte van vijftien hoeven van het moer ter ontginning in leen aan Steven van Waalwijk. Omstreeks 1320 en 1323 gaf de graaf van Holland andermaal in drie etappes in totaal negentien hoeven in leen aan drie verschillende heren. 
De ontginners hadden intussen kolonisten aangetrokken voor het moeren (turfsteken en dergelijke). De gezamenlijke ontginningen groeiden uit tot een gemeenschap die men Des Graven Moer noemde. In 1365 beschikte het gehucht zelfs over een kapelaan. De man had vanzelfsprekend de beschikking over een kapel. Deze werd later tot parochiekerk verheven.

St. Elizabethsvloed 

Omdat 's Gravenmoer zelf niet in de Grote Waard lag, voelden de mensen er niet veel voor om aan het herstel van de dijken van de Waard mee te werken. Die dijken waren bij verschillende plaatsen doorgebroken. Bovendien had het dorpje bij deze rarnpvloed zelf ook zwaar geleden. Daarvan is het grote en onmetelijk diepe Wiel in het kerkebos nog de stille getuige. Volgens overlevering zou daar toen zelfs de kerk in zijn verzonken. Niettemin werd 's Gravenmoer samen met nog een paar van dergelijke dorpen door Jan van Beieren gedwongen aan het herstel der dijken van de Zuidhollandse Waard mee te werken. Niet lang na de watersnood kreeg Dirk van de Merwede heel 's Gravenmoer in leen. Toen werd het plaatsje een Hoge Heerlijkheid, met als dorpsbestuur een schout en zeven heemraden. Die mochten ook rechtspraken over criminele zaken en zo konden ze beslissen over leven en dood. Daarom kreeg 's Gravenrnoer toen een kaak - waaraan misdadigers te kijk konden worden gezet - en een 'galg - een recht waar geen enkel ander dorp in de omgeving over beschikte. Gedurende de Tachtigjarige Oorlog raakte dit recht op de achtergrond. Toen men zijn rechten weer wilde laten gelden, werden die door de baljuw van Zuid-Holland betwist. Maar in 1734 werd 's Gravenmoer weer in het bezit van zijn oude rechten gesteld. Daarop verleende de ambachtsheer het dorp een heerlijkheidswapen. Het wapen bestaat uit een schild van lazuur, beladen met vijf turven: twee staande en drie en face geplaatst. Het schild is gedekt met een gouden kroon met vijf fleurons en wordt vastgehouden door twee gouden klimmende leeuwen. 

'nije leer'

Al in 1308 was op gezamenlijke kosten van Brabant en Holland een veenkanaal gegraven om de uitvoering van de ontginning mogelijk te maken en tevens om de turf af te kunnen voeren. De handel in turf was in de eerste tijd de voornaamste bron van bestaan voor de inwoners van .s Gravenmoer. later kwam daar de handel in hooi en rijshout bij. Om alle produkten uit het moer te kunnen vervoeren was men op de scheepvaart aangewezen. 
Daardoor beschikte 's Gravenmoer op den duur over een vrij groot aantal turfaken of Geubels, die op de eigen scheepswerf in de haven gebouwd werden. Doordat 's Gravenmoerse schepelingen overal kwamen, werd hun gezichtsveld wat ruimer dan dat van de meeste dorpelingen uit de omgeving. Zo maakten ze in de zestiende eeuw al snel met de reformatie kennis. Zij brachten de 'nije leer' mee naar hun dorp. Dat had uiteindelijk tot gevolg dat de meerderheid van de bevolking protestant werd. Er wordt zelfs beweerd dat op een gegeven moment de pastoor met zijn gehele parochie protestant werd. In 1610 kwam de eerste predikant in 's Gravenmoer. En heden ten dagen is 's Gravenmoer nog steeds overwegend protestant: er is een hervormde, een gereformeerde en een christelijk gereformeerde kerk. De katholieken die er wonen gaan in het nabij gelegen Dongen of Waspik ter kerke. In de Franse tijd werd de Langstraat, waar 's Gravenmoer ook bij hoort, bij Brabant ingedeeld. En zo is 's Gravenrnoer dan nu met recht een protestantse enclave in het katholieke Brabant. Op den duur raakte het gehele moer ontgonnen. Uiteraard kwam er toen een eind aan de turfhandel en later ook aan de hooi- en rijshouthandel. Daardoor verdween ook de scheepvaart geheel uit het dorpsbeeld. En de haven waaraan de scheepswerf lag werd in 1950 gedempt. In het begin van deze eeuw bedreven veel vrouwen en meisjes nog het kantklossen. Verder was er nog wat schoenindustrie, evenals elders in de Langstraat. Er is veel verdwenen, maar de oude turfvaart met zijn aantrekkelijke bruggen herinnert nog aan de tijden van weleer. 's Gravenmoer gelegen in een polder aan het riviertje de Donge, te midden van veel groen, is na een nogal eens rumoerige en afwisselende geschiedenis, nu een mooi en vredig dorp. 


Uit het reformatorisch dagblad van 5 december 1990 
door C.J. Hoogland

Dit artikel werd ook gepubliceerd in "Dwalen door 's Gravenmoer"