www.s-gravenmoer.nl

 
  • Vergroot lettergrootte
  • Standaard lettergrootte
  • Verklein lettergrootte
Home

Luister eens even... naar Bep de Geus- van Eersel

E-mail Afdrukken PDF

Op een zonnige middag in april zijn we te gast bij Bep (Barbara) de Geus – van Eersel en haar dochter Corry  aan de Julianalaan. Foto’s van haar man Karel de Geus prijken aan de schouw. Met een glimlach en stropdas achter zijn bureau. Op de mantel een  foto van haar overleden zoon Jan. Allebei  in pak. Twee heren uit de politiek. Eveneens op de schoorsteen de foto van haar overleden dochter Johanna. Aan tafel moeder en dochter. Bep en Corry. Twee zorgzame vrouwen. Zoals moeder Bep vroeger waakte bij zieken en stervenden, zorgde voor haar gezin en voor anderen, zo zorgt Corry nu voor haar. Een gesprek over het leven van Bep de Geus – van Eersel en haar gezin.

 Even buurten met… Bep de Geus – van Eersel

“Ik heb mijn moeder niet gekend. Ze stierf toen ik vijf maanden oud was”, vertelt Bep (91), die in 1918 in ’s Gravenmoer geboren werd. “In die tijd heerste de Spaanse griep. Mijn moeder is tien dagen ziek geweest, daarna overleed ze.” Beps ouders Cornelis en Barbara van Eersel hadden een bakkerij aan de Hoofdstraat, nummer 73, het huis tussen restaurant SED en Zorghoeve Ora et Labora. Bep was het jongste meisje in een gezin van acht kinderen. Vier jongens en vier meisjes. Haar oudste broer was achttien jaar ouder. Na het overlijden van haar moeder werd Bep anderhalve week door baker Timmermans  aan de Hoofdstraat verzorgd. Daarna is ze ondergebracht bij haar oma Jacoba Melsen aan de Vaartweg. Daar is ze grootgebracht in de boerderij aan de Lei, waar nu familie Van den Berg woont.

“In de boerderij aan de Vaartweg woonden de grootouders van mijn moeders kant. Zij heetten Melsen. Ik ben als enigst kind van ons gezin aan de Vaartweg opgegroeid, de rest woonde nog bij mijn vader aan de Hoofdstraat.” Niet lang nadat Bep was ondergebracht bij haar grootmoeder overleed zij. Tante Pietje en ome Rokus, twee ongetrouwde kinderen van oma Melsen (en dus broer en zus van de moeder van Bep) bleven in de boerderij wonen en ontfermden zich over Bep. Samen met To Kielen, die ook als klein meisje in huis was genomen, werd Bep opgevoed door haar oom en tante. “To Kielen beschouwde ik meer als zus dan mijn eigen zussen, omdat ik met haar ben opgegroeid. Mijn eigen vader sprak ik altijd aan met ‘Opa van Eersel’.”

 LEES VERDER IN OMROEPER 39!